De omzendbrief met als referentie BaO/2001/13 omvat volgende richtlijnen:
De schoolbesturen hebben een grote autonomie bij het inrichten van extramuros activiteiten, wat een duidelijke verantwoording met zich meebrengt.
Het schoolbestuur of bij delegatie de directie, organiseert vooraf overleg met de betrokken leerkrachten en met de schoolraad of participatieraad.
De extramuros activiteiten moeten kaderen in het pedagogisch project van de school en geschraagd worden door de gehele opvoedingsgemeenschap van de school.
Iedere extramuros activiteit wordt grondig voorbereid en nadien geëvalueerd. Voorbereidings- en evaluatieverslagen moeten in de school ter inzage blijven van de bevoegde inspectie.
Het streefdoel blijft dat alle leerlingen deelnemen. Niet-deelnemende leerlingen moeten verantwoord opgevangen worden, zo dicht mogelijk aansluitend bij de pedagogisch-didactische aanpak die aan de deelnemende leerlingen wordt aangeboden.
De school bewaart in het dossier de schriftelijke toestemming van de persoon/personen die de ouderlijke macht uitoefenen of de kinderen in rechte of in feite onder hun bewaring heeft/hebben.
Sinds het decreet op de nieuwe financiering van het leerpichtonderwijs goedgekeurd is, mag er voor de meerdaagse uitstappen, zoals bos- of sneeuwklassen, over de zes jaar lager onderwijs heen niet meer dan € 360,00 aan de ouders gevraagd worden. Deze regeling geldt voor al de openluchtklassen vanaf 1 september 2008. (omzendbrief met als referentie BaO/2007/05).